Een scenario-analyse van VoedingOnline suggereert dat een 25(OH)D-status van ten minste 75 nmol/l bij 50-plussers, onder gunstige aannames, rekenkundig overeenkomt met ongeveer 9.000 tot 23.000 minder COVID-19-overlijdens in Nederland in 2020-2024.
Die aantallen moeten nadrukkelijk niet worden gelezen als bewezen vermijdbare sterfte. De berekening combineert Nederlandse sterftecijfers met effectschattingen uit de literatuur, waarbij vooral de causale interpretatie onzeker blijft. Observationele studies wijzen regelmatig op gunstige verbanden tussen hogere vitamine-D-status en ernstiger COVID-19-uitkomsten, maar preventieve RCT's leveren een minder eenduidig beeld op.
Vitamine-D-streefstatus
Een vitamine-D-status van ten minste 75 nmol/l (ongeveer 30 ng/ml) is de meest verdedigbare grens voor een scenario-analyse naar COVID-19-uitkomsten bij volwassenen vanaf 50 jaar.
De vraag of vitamine D een rol speelt bij COVID-19 is nog onderwerp van debat. Observationele studies laten geregeld gunstige verbanden zien tussen hogere 25(OH)D-spiegels en minder ernstige COVID-19, terwijl grote preventiestudies minder overtuigend zijn. Voor een berekening op populatieniveau is vooral relevant dat veel studies een grens van 30 ng/ml gebruiken, omgerekend 75 nmol/l.
50-plussers
De focus op 50-plussers is epidemiologisch logisch. Uit CBS-cijfers over 2020 en 2021 blijkt dat bijna alle geregistreerde COVID-19-sterfte plaatsvond bij mensen boven de 50 jaar. In die periode registreerde het CBS 39.751 COVID-19-overlijdens; opgeteld over de leeftijdsgroepen 50-65, 65-80, 80-90 en 90 jaar of ouder ging het om 39.449 overlijdens. Dat is ongeveer 99,2% van de COVID-19-sterfte in die 2 jaren (CBS 2022 - COVID-sterfte).
Een optelling door VoedingOnline van de meest recente CBS-maandtabel over doodsoorzaken komt voor 2020-2024 uit op 52.361 COVID-19-overlijdens (CBS 2026 - doodsoorzaken). Als daarop dezelfde leeftijdsverdeling uit 2020-2021 wordt geëxtrapoleerd, resulteert dat in naar schatting ongeveer 52.000 COVID-19-overlijdens onder 50-plussers.
Optimitisch scenario: duizenden overlijdens mogelijk voorkómen
Een Catalaanse populatiecohortstudie vond dat mensen die met vitamine-D-suppletie een vitamine-D-status van ten minste 75 nmol/l bereikten, gunstiger COVID-19-uitkomsten hadden dan vitamine-D-deficiënte controles (Oristrell J. 2022). Voor cholecalciferol werd een lagere COVID-19-mortaliteit gezien met een hazard ratio van 0,66; voor calcifediol was dat 0,56. Rekenkundig komt dit overeen met een 34% respectievelijk 44% lagere hazard op COVID-19-sterfte, maar alleen onder de sterke aanname dat het geobserveerde verband causaal is. Omdat het om observationele data gaat, kan restconfounding niet worden uitgesloten.
Toegepast op de Nederlandse COVID-19-sterfte onder 50-plussers levert dat een optimistisch scenario op van ongeveer: 17.700 tot 22.900 mogelijk voorkómen overlijdens bij de aanname dat alle 50-plussers vóór infectie een vitamine-D-status van ten minste 75 nmol/l hadden bereikt én dat het gevonden verband causaal is.
Een conservatiever scenario houdt rekening met het feit dat niet iedereen onder de streefwaarde zat en niet iedereen even sterk op suppletie reageert. Als slechts 50-75% van de 50-plussers werkelijk 'status-responsief' was, komt de berekening uit op ongeveer: 8.800 tot 17.100 mogelijk voorkómen overlijdens.
Ook meta-analyses van gerandomiseerde studies bij COVID-19-patiënten wijzen in een positieve richting, maar vooral als behandeling of aanvullende therapie bij patiënten, niet als bewezen preventiestrategie voor de algemene bevolking. Een meta-analyse van 19 RCT's vond een lagere mortaliteit bij vitamine-D-toediening, met een gepoolde OR van 0,72; bij ernstige COVID-19 was de OR 0,57 (Kow C.S. 2024). Een andere meta-analyse bij COVID-19-patiënten met vitamine-D-deficiëntie vond een RR van 0,76 voor sterfte tijdens follow-up, maar de auteurs benadrukten dat dit voordeel niet robuust bleef in gevoeligheidsanalyses (Zhu L. 2025). Deze behandelstudies ondersteunen hooguit de plausibiliteit van een effect bij COVID-19-patiënten, maar kunnen niet rechtstreeks worden vertaald naar preventie van sterfte in de algemene bevolking.
Long COVID: aanwijzing, maar nog geen hard bewijs
Voor long COVID is het bewijs zwakker. Het RIVM meldde dat in 2024 4% van de volwassenen 3 maanden of langer klachten had die mogelijk door het coronavirus werden veroorzaakt (RIVM 2026). Bij ongeveer een kwart van deze groep was post-COVID door een arts vastgesteld. De Rijksoverheid definieert post-COVID als klachten die 3 maanden na een coronabesmetting nog aanwezig zijn, minimaal 2 maanden aanhouden en niet door een andere oorzaak verklaard kunnen worden.
De VIVID-trial, een grote gerandomiseerde studie met een hoge vitamine-D-suppletiedosis bij recent gediagnosticeerde COVID-19-patiënten en huisgenoten, vond geen vermindering van acute ernst, zorggebruik of transmissie. Wel werd een signaal gezien dat vitamine D mogelijk invloed kan hebben op long-COVID-uitkomsten; de onderzoekers benadrukken dat dit nader onderzoek vereist. Een secundaire samenvatting van de trial rapporteert een niet-significante relatieve verlaging van long COVID van ongeveer 17% (Ganmaa D. 2026).
Als zo'n verkennende risicoreductie van ongeveer 16-17% wordt toegepast op Nederlandse 50-plussers, komt een scenario-analyse uit op ruwweg: 15.000 tot 53.000 mogelijk voorkómen langdurige-klachtengevallen, afhankelijk van de gekozen prevalentie en de aanname dat 50-75% van de doelgroep werkelijk baat zou hebben gehad bij het bereiken van de streefstatus.
Deze long-COVID-berekening heeft duidelijk een lagere bewijskracht dan de sterfteberekening. Het gaat om een signaal, niet om een bevestigd preventief effect.
Belangrijke nuance: geen bewezen populatie-effect
De positieve berekeningen moeten niet worden gelezen als bewijs dat Nederland daadwerkelijk tienduizenden sterfgevallen had kunnen voorkomen door een algemeen vitamine-D-advies.
Conclusie
Dit is een scenario-analyse, geen bewezen reconstructie van wat er in Nederland gebeurd zou zijn. Een vitamine-D-status van ≥ 75 nmol/l bij 50-plussers is een verdedigbare streefwaarde voor een scenario-analyse. Onder optimistische aannames zouden duizenden COVID-19-overlijdens en mogelijk ook een deel van de long-COVID gevallen voorkómen kunnen zijn. Maar de literatuur bewijst niet dat deze aantallen daadwerkelijk door een breed suppletieadvies zouden zijn voorkómen.
Praktische implicatie
De suppletie-adviezen voor vitamine D van de Nederlandse Gezondheidsraad zijn nu vooral gericht op botgezondheid: vrouwen boven de 50 jaar en mannen en vrouwen boven de 70 jaar krijgen het advies extra vitamine D te gebruiken.
De COVID-19-literatuur roept de vraag op of bij 50-plussers niet alleen inname, maar ook het daadwerkelijk bereiken van een voldoende 25(OH)D-status aandacht verdient. Daarbij blijft voorzichtigheid nodig: hoge vitamine-D-doseringen zonder medische begeleiding zijn niet wenselijk, en een te hoge vitamine-D-status kan leiden tot mogelijk nadelige effecten.
Meer informatie over het belang van een goede vitamine-D-status zie:
Gerelateerd nieuws: