De afkapwaarde van ferritine waarmee een ijzergebrek wordt vastgesteld staat ter discussie. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) hanteert bij gezonde niet-zwangere vrouwen < 15 µg/l, terwijl steeds meer onderzoek wijst op een fysiologische grens rond 30 µg/l. Opvallend is dat ook EFSA al sinds 2015 een ferritinewaarde van 30 µg/l als relevante streefwaarde gebruikt.
Nederlandse laboratoria verschillen
Ferritine is de belangrijkste marker voor de ijzervoorraad, maar de gehanteerde ondergrenzen verschillen. Volgens een recent artikel in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde gebruiken veel Nederlandse laboratoria ongeveer 30 µg/l bij mannen en 15-20 µg/l bij vrouwen. Isala en het OLVG hebben dit verschil inmiddels losgelaten en hanteren voor beide seksen 30 µg/l (Harbers L. 2026).
Dat heeft gevolgen voor het aantal mensen bij wie een ijzergebrek wordt vastgesteld. Onderzoek bij 52 Nederlandse laboratoria laat zien dat verschillen in meetmethoden en referentie-intervallen tot grote verschillen in classificatie leiden. Bij premenopauzale vrouwen varieerde het percentage uitslagen onder de ondergrens bijvoorbeeld van 11 tot 53% (Kurstjens S. 2024).
EFSA gebruikt 30 µg/l als streefwaarde
De EFSA koos bij het vaststellen van de Europese voedingsnormen voor ijzer in 2015 voor een serumferritine van 30 µg/l als streefwaarde. Voor premenopauzale vrouwen beschouwt EFSA deze waarde als passend bij een voldoende ijzervoorraad. De waarde van 30 µg/l werd bovendien gebruikt bij het berekenen van de ijzerabsorptie en daarmee van de voedingsnormen voor ijzer (EFSA 2015 - Iron).
Belangrijk is dat EFSA hiermee geen diagnostische afkapwaarde voor ijzergebrek heeft vastgesteld. De keuze laat wel zien dat EFSA 30 µg/l al langer als een fysiologisch relevante ijzerstatus beschouwt.
Nieuw onderzoek ondersteunt hogere grens
Recente studies komen opvallend dicht bij die EFSA-waarde. In een groot internationaal onderzoek uit 2025 bij 13.864 vrouwen uit 12 landen begon het hemoglobine gemiddeld te dalen bij een ferritine van 24,8 µg/l. Met deze fysiologische grens had 36% van de vrouwen een ijzergebrek, tegenover 20% bij de WHO-grens van 15 µg/l (Addo O.Y. 2025).
Eerder Amerikaans NHANES-onderzoek en onderzoek bij vrouwelijke bloeddonoren vonden eveneens een omslagpunt van ongeveer 25 µg/l (Mei Z. 2021, Addo O.Y. 2022).
Een studie uit 2026 onder bloeddonoren ondersteunt opnieuw een hogere grens. De fysiologisch bepaalde ferritinegrens bedroeg ongeveer 25 µg/l bij vrouwen van 18-49 jaar, 31 µg/l bij oudere vrouwen en 33 µg/l bij mannen (Addo O.Y. 2026).
Niet automatisch behandelen
Een hogere afkapwaarde betekent niet dat iedereen met een ferritine tussen 15 en 30 µg/l automatisch behandeld moet worden. Vooral over de behandeling van een ijzergebrek zonder anemie bestaat nog discussie. Het NTvG wijst erop dat onderzoek naar verbetering van vermoeidheid door ijzersuppletie relatief klein en heterogeen is. Ook is een ijzerinfuus duurder en kent het meer potentiële bijwerkingen dan orale ijzersuppletie (Harbers L. 2026).
De huidige gegevens ondersteunen daarmee vooral een andere interpretatie van ferritine: < 15 µg/l wijst sterk op uitgeputte ijzervoorraden, maar een waarde tussen 15 en 30 µg/l sluit een ijzergebrek niet uit. Een grens rond 30 µg/l lijkt fysiologisch beter onderbouwd en sluit bovendien aan bij de streefwaarde die EFSA al sinds 2015 gebruikt.
Lees meer over de bepaling en het beoordelen van de ijzerstatus in:
Gerelateerd nieuws: