De Gezondheidsraad heeft de adviezen over de inname van vetten, vetzuren, verteerbare koolhydraten en voedingsvezels herzien.
Voedingsnormen zijn referentiewaarden voor de inname van voedingsstoffen. Ze geven aan welke innameniveaus gunstig worden geacht voor de gezondheid. De normen worden onder meer gebruikt door het Voedingscentrum, diëtisten en zorgprofessionals bij voedingsadvisering en voor het monitoren van de voedingsstofinname van de Nederlandse bevolking.
Vaker afwijking van EFSA
Bij de evaluatie heeft de vaste commissie Voeding van de Gezondheidsraad gekeken in hoeverre de voedingsnormen van de Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA kunnen worden overgenomen voor Nederland. In dit advies wijkt de commissie relatief vaak af van EFSA. Volgens de raad komt dat onder meer doordat de EFSA-evaluatie voor deze onderwerpen uit 2010 stamt en er sindsdien veel nieuw onderzoek is verschenen. Ook is gekeken naar aansluiting bij recentere internationale rapporten, zoals de Nordic Nutrition Recommendations 2023, WHO-rapporten en adviezen van de Britse Scientific Advisory Committee on Nutrition.
Belangrijkste aanbevelingen
Voor linolzuur adviseert de Gezondheidsraad een adequate inname van 4 En% (energieprocent). Voor α-linoleenzuur gaat het om 0,5 En%.
Voor volwassenen geldt voor EPA (eicosapentaeenzuur) en DHA (docosahexaeenzuur) samen een adequate inname van 200 mg/dag. Voor zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven adviseert de raad 250 mg EPA plus DHA per dag, aangevuld met 100 mg DHA per dag. Voor zuigelingen van 6-12 maanden geldt een advies van 100 mg DHA/dag.
Mensen vanaf 1 jaar die de aanbevolen hoeveelheid vis consumeren hebben geen supplement met EPA en DHA nodig. Ten aanzien van mensen die geen of weinig vis eten, geldt alleen voor zwangere vrouwen een expliciet suppletie-advies.
Voor verzadigde vetzuren en transvetzuren formuleert de Gezondheidsraad geen exacte norm, maar een aanbeveling: houd de inname zo laag mogelijk binnen de context van een volwaardig voedingspatroon. Voor verzadigde vetzuren adviseert de raad bovendien om producten die rijk zijn aan verzadigd vet te vervangen door producten met onverzadigde vetten, of door volkoren granen en peulvruchten als het doel is om het vetgehalte van de voeding te verlagen. Voor voedingsvoorlichting en monitoring noemt de raad 10 En% verzadigd vet als tussenstap.
Kwaliteit voedingspatroon belangrijker dan hoeveelheid vet
Voor de totale vetinname benadrukt de Gezondheidsraad dat de kwaliteit van het voedingspatroon belangrijker is voor de gezondheid dan de totale hoeveelheid vet. Voor volwassenen en kinderen vanaf 4 jaar ligt de adequate innamerange voor vet op 20-40 En%. Voor kinderen van 1 tot en met 3 jaar is dat 25-40 En% en voor zuigelingen van 6-11 maanden 40 En%.
Ook voor vrije suikers adviseert de raad een zo laag mogelijke inname binnen een volwaardig voedingspatroon. Voor voedingsvoorlichting en monitoring kan volgens de Gezondheidsraad worden gestuurd op een stapsgewijze verlaging, met 10 En% als tussenstap.
Koolhydraten vooral uit volkoren, groente, fruit, peulvruchten en zuivel
Voor verteerbare koolhydraten en voedingsvezel kiest de Gezondheidsraad voor aanbevelingen die aansluiten bij voedingsmiddelen. De raad adviseert om koolhydraten vooral te halen uit volkorenproducten, groenten, fruit, peulvruchten en zuivel. Voor vezels adviseert de Gezondheidsraad een inname van 3,0-3,5 g voedingsvezel/MJ, oftewel 12,6-14,6 g/1.000 kcal. Die vezels zouden vooral moeten komen uit volkorenproducten, groenten, fruit, peulvruchten en noten.
Voor kinderen van 6 maanden tot 2 jaar is de aanbeveling voor vezels niet gekwantificeerd. Wel adviseert de raad een geleidelijke toename van de diversiteit van het voedingspatroon en van de consumptie van volkorenproducten, groente, fruit, peulvruchten en noten.
Aanvulling op Richtlijnen goede voeding
De Gezondheidsraad benadrukt dat voedingsnormen een aanvulling vormen op de Richtlijnen goede voeding. Waar de richtlijnen gaan over voedingsmiddelen en voedingspatronen, geven voedingsnormen referentiewaarden voor afzonderlijke voedingsstoffen. Bij koolhydraten en vezels moeten de aanbevelingen volgens de raad nadrukkelijk in samenhang worden bekeken met eerdere voedingsrichtlijnen voor volkorenproducten, groenten, fruit, peulvruchten en noten.
Bron: Gezondheidsraad
Gerelateerd nieuws:
| Bronnen |
|