Het RIVM heeft de berekeningen en gebruikte data gepubliceerd die ten grondslag liggen aan de vernieuwde Schijf van Vijf 2026. Voor sommige eetvoorkeuren, zoals volledig plantaardig eten of weinig brood eten, blijft het echter lastiger om alle benodigde voedingsstoffen binnen te krijgen.
Uit het RIVM-rapport Toelichting op berekeningen en gebruikte data voor de vernieuwde Schijf van Vijf. Ten behoeve van gezonde, duurzame en veilige voedingsadviezen blijkt dat het voor de meeste leeftijdsgroepen en eetvoorkeuren mogelijk is om een voedingspatroon samen te stellen dat gezond is, minder milieubelastend is en rekening houdt met voedselveiligheid.
Voor sommige eetvoorkeuren, zoals volledig plantaardig eten of weinig brood eten, blijft het echter lastiger om alle benodigde voedingsstoffen binnen te krijgen.
Optimaliseren binnen randvoorwaarden
Het RIVM gebruikte een optimalisatiemodel om te berekenen welke hoeveelheden voedingsmiddelen passen binnen een gezond, duurzaam en veilig voedingspatroon. Daarbij werd niet alleen gekeken naar voedingsstoffen zoals eiwit, vezel, vetzuren, vitamines en mineralen, maar ook naar milieubelasting en blootstelling aan chemische stoffen via voeding.
Voor de berekeningen zijn onder meer gegevens gebruikt uit de Voedselconsumptiepeiling 2019-2021, het Nederlands Voedingsstoffenbestand NEVO, data over milieubelasting van voedingsmiddelen en gegevens over contaminanten. Het model zocht per doelgroep naar een voedingspatroon dat zo dicht mogelijk bij het huidige eetpatroon ligt, maar tegelijk voldoet aan randvoorwaarden voor gezondheid, duurzaamheid, veiligheid en haalbaarheid.
Het RIVM rekende voor verschillende levensfasen, waaronder kinderen, volwassenen, ouderen, zwangeren en lacterenden. Daarnaast zijn varianten doorgerekend voor eetvoorkeuren zoals met of zonder vlees en vis, volledig plantaardig, weinig brood, geen smeervet en een voedingspatroon met een lagere milieubelasting.
Meer aandacht voor voedselveiligheid
Nieuw in de onderbouwing is dat voedselveiligheid nadrukkelijker is meegenomen. Het RIVM keek onder meer naar acrylamide, arseen, cadmium, lood, ochratoxine A, PFAS en cafeďne. Dioxinen en dioxineachtige PCB's konden niet meer in de optimalisatieberekeningen worden opgenomen, maar zijn wel achteraf doorgerekend om te beoordelen of de adviezen aanleiding geven tot aanpassing.
Volgens het rapport blijft gevarieerd eten belangrijk om de blootstelling aan contaminanten zo laag mogelijk te houden. Ook laat de analyse zien dat het combineren van gezondheids-, duurzaamheids- en veiligheidsdoelen complex is: het verlagen van de milieubelasting kan gevolgen hebben voor de inname van bepaalde voedingsstoffen of voor de haalbaarheid van het voedingspatroon.
Plantaardiger eten, maar niet zonder aandachtspunten
De uitkomsten ondersteunen de beweging naar een meer plantaardig voedingspatroon. In voedingspatronen met lagere milieubelasting neemt het aandeel plantaardig eiwit duidelijk toe. Tegelijk blijkt dat volledig plantaardig eten extra aandacht vraagt voor de voorziening van bepaalde voedingsstoffen.
Ook bij weinig brood eten ontstaan aandachtspunten, onder meer rond jodium. Brood is in Nederland een belangrijke bron van jodium, doordat bakkerszout vaak jodium bevat. Wie weinig brood eet, moet daarom extra letten op alternatieve bronnen van jodium of op passende adviezen van het Voedingscentrum.
Kant-en-klare plantaardige alternatieven nemen in deze discussie een aparte plaats in. De Gezondheidsraad geeft aan dat plantaardige vlees- en zuivelvervangers kunnen passen in een gezond en duurzaam voedingspatroon, maar dat peulvruchten, noten en volkorengranen de voorkeur hebben boven vleesalternatieven. In de modelberekeningen zijn kant-en-klare vlees-, kaas- en eivervangers daarom beperkt of niet meegenomen. In de uiteindelijke praktische adviezen van het Voedingscentrum kunnen sommige kant-en-klare vleesvervangers wel een plaats krijgen.
Duurzaamheid sterker verankerd
Bij de milieubelasting keek het RIVM naar zes indicatoren: broeikasgasuitstoot, landgebruik, waterverbruik, verzuring en vermesting van zoet en zout water. Voor broeikasgasuitstoot en waterverbruik zijn randvoorwaarden gesteld. In aparte varianten werd onderzocht wat er gebeurt als het model vooral stuurt op zo laag mogelijke milieubelasting.
Die varianten laten zien dat verdere verlaging van de milieubelasting mogelijk is, maar dat daarvoor soms randvoorwaarden moeten worden versoepeld of dat het voedingspatroon sterker afwijkt van wat mensen nu gewend zijn te eten. Daarmee onderstreept het rapport dat duurzaamheid niet los kan worden gezien van gezondheid, voedselveiligheid en praktische haalbaarheid.
Basis voor toekomstige actualisaties
Het RIVM concludeert dat de vernieuwde Schijf van Vijf een solide basis biedt voor voedingsvoorlichting in Nederland. Gezondheid blijft het fundament, maar duurzaamheid en voedselveiligheid zijn explicieter in de onderbouwing opgenomen dan voorheen.
Wel benadrukt het rapport het belang van actuele en complete data. Met de ontwikkelde toetsingsmodule kan in de toekomst worden nagegaan of de adviezen blijven voldoen wanneer voedselconsumptie, samenstelling van voedingsmiddelen, contaminantengehalten of milieubelasting veranderen.
Beperkingen van rapport
Het rapport erkent zelf beperkingen. Zo zijn sommige voedingsstoffen met een 'zwakke onderbouwing' niet als randvoorwaarde meegenomen. Ook zijn thuis toegevoegd keukenzout en daarmee een deel van de jodium- en natriuminname niet meegenomen, terwijl dat voor jodium relevant kan zijn.
Daarnaast zijn er groepen waarvoor de uitkomsten minder hard zijn. Voor veganisten, vegetarische kinderen en mensen die weinig brood én geen vlees of vis gebruiken, waren geen recente consumptiegegevens beschikbaar; daarvoor zijn aannames gedaan, wat volgens het RIVM tot onnauwkeurigheden kan leiden.
Een tweede kanttekening is dat het rapport vooral rekent met gehalten in voedingsmiddelen, niet met alle nuances van biobeschikbaarheid. Dat is vooral relevant bij plantaardiger eten.
De laagste milieubelasting werd gevonden in een verkennende variant waarin meerdere gezondheids- en haalbaarheidsrandvoorwaarden waren versoepeld, waaronder het rekenen met gemiddelde behoefte in plaats van ADH (aanbevolen dagelijkse hoeveelheid) voor voedingsstoffen waar dat mogelijk was. Die variant laat zien hoeveel milieuwinst theoretisch mogelijk is, maar deze variant is minder geschikt als onderbouwing voor een algemeen gezond voedingsadvies.
Gerelateerd nieuws:
| Bronnen |
|