Het RIVM heeft in kaart gebracht welke ongewenste stoffen mogelijk voorkomen in vlees- en zuivelvervangers zoals vegetarische burgers, haverdrinks en sojayoghurt.
Het RIVM onderzocht dit in het rapport Prioritisation of substances in replacers of dairy and meat for monitoring and risk assessment.
33 stoffen en stofgroepen onderzocht
Het RIVM identificeerde in totaal 33 stoffen en stofgroepen die mogelijk relevant zijn voor de voedselveiligheid van vlees- en zuivelvervangers. Het gaat onder meer om: zware metalen (zoals cadmium, lood en nikkel), mycotoxinen (schimmelgifstoffen), PFAS, minerale oliën, planttoxinen en procescontaminanten.
Veel van deze stoffen komen overigens ook voor in reguliere voedingsmiddelen. Het gaat dus niet om een probleem dat uitsluitend speelt bij plantaardige alternatieven.
Plantaardige grondstoffen spelen belangrijke rol
Volgens het RIVM bepalen vooral de gebruikte grondstoffen welke contaminanten kunnen voorkomen. Zo kunnen granen en peulvruchten schimmelgifstoffen bevatten, terwijl rijst relatief veel anorganisch arseen kan opnemen uit de bodem.
Ook productieprocessen zoals verhitting en extrusie kunnen bijdragen aan de vorming van bepaalde stoffen.
Voor 12 stoffen is extra aandacht nodig
Van de 33 onderzochte stoffen concludeerde het RIVM dat voor 12 stoffen of stofgroepen extra monitoring en nader onderzoek nodig zijn. Het gaat onder meer om: cadmium, lood, nikkel, mycotoxinen en PFAS.
Voor een deel van de stoffen ontbreken nog voldoende meetgegevens om de blootstelling goed te kunnen beoordelen.
Cadmium en lood lijken beperkte bijdrage te leveren
Voor cadmium en lood voerde het RIVM al een eerste blootstellingsanalyse uit. Daaruit blijkt dat vlees- en zuivelvervangers waarschijnlijk slechts een beperkte bijdrage leveren aan de totale blootstelling via voeding.
Wel benadrukt het instituut dat verdere monitoring belangrijk blijft, zeker omdat de consumptie van plantaardige alternatieven snel groeit.
Meer plantaardig blijft belangrijk
Het RIVM benadrukt dat het onderzoek niet betekent dat vlees- en zuivelvervangers onveilig zijn. Het onderzoek laat vooral zien dat de eiwittransitie nieuwe aandachtspunten oplevert op het gebied van contaminanten en voedselveiligheid.
Bron: RIVM
Gerelateerd nieuws:
| Bronnen |
|