Lager NAD+-gehalte in bloed bij lichamelijk kwetsbare ouderen

22 oktober 2026

Ouderen met lichamelijke kwetsbaarheid (frailty) hebben een lager NAD⁺-gehalte in het bloed dan ouderen zonder frailty. Dat blijkt uit Japans onderzoek onder 529 zelfstandig wonende ouderen.

 

Het onderzoek is gepubliceerd in GeroScience.

NAD⁺ speelt een belangrijke rol in de energiehuishouding van cellen en wordt onder andere gevormd uit niacine (vitamine B3). Onderzoek naar suppletie met NAD⁺-voorlopers laat zien dat het NAD⁺-gehalte in het bloed verhoogd kan worden, maar de effecten op spierfunctie en frailty zijn nog onzeker.

 

NAD⁺ en veroudering

Nicotinamide-adenine-dinucleotide (NAD⁺) is een stof die in vrijwel alle lichaamscellen voorkomt. NAD⁺ is betrokken bij de energieproductie in de mitochondriën, de stofwisseling en verschillende processen die belangrijk zijn voor het functioneren van cellen. Het lichaam maakt NAD⁺ onder andere aan uit niacine (vitamine B3) en het aminozuur tryptofaan.

Veranderingen in de NAD⁺-stofwisseling worden in verband gebracht met veroudering, maar onderzoek naar het NAD⁺-gehalte in het bloed bij ouderen levert wisselende resultaten op.

 

Lager NAD⁺-gehalte bij frailty

Japanse onderzoekers bepaalden de NAD⁺-concentratie in het bloed van 529 zelfstandig wonende ouderen met een mediane leeftijd van 80 jaar. Daarnaast beoordeelden zij frailty aan de hand van vijf kenmerken: onbedoeld gewichtsverlies, verminderde spierkracht, een lagere loopsnelheid, vermoeidheid en weinig lichamelijke activiteit.

Van de deelnemers hadden 32 ouderen (6%) frailty en 246 ouderen (47%) een voorstadium hiervan (pre-frailty).

De mediane NAD⁺-concentratie was 24 µmol/l bij ouderen met frailty, tegenover 25 µmol/l bij ouderen zonder frailty. Bij ouderen zonder kenmerken van frailty bedroeg deze 26 µmol/l.

Ook na correctie voor leeftijd en geslacht bleef een hoger NAD⁺-gehalte samenhangen met een lager risico op frailty.

 

Invloed van rode bloedcellen

Een belangrijke bevinding was dat de samenhang tussen NAD⁺ en frailty minder duidelijk werd na correctie voor het hematocriet of hemoglobinegehalte. Het verband was daarna niet meer statistisch significant.

Volgens de onderzoekers komt dit mogelijk doordat NAD⁺ in het bloed vooral in bloedcellen aanwezig is. Verschillen in de hoeveelheid en samenstelling van rode bloedcellen kunnen daardoor de gemeten NAD⁺-concentratie beïnvloeden.

Het is dus nog onduidelijk of een lager NAD⁺-gehalte in het bloed daadwerkelijk wijst op een verminderde energiehuishouding in spieren en andere weefsels.

 

Betekenis voor de voedingspraktijk

Onderzoeken wijzen op een mogelijke relatie tussen de NAD⁺-stofwisseling en lichamelijke kwetsbaarheid bij ouderen. Het is echter niet aangetoond dat een lagere NAD⁺-concentratie in het bloed wijst op een tekort aan niacine (vitamine B3) of dat extra niacine, NR of NMN frailty kan voorkomen of verminderen.

Voor de preventie en behandeling van frailty en sarcopenie blijven voldoende energie- en eiwitinname, gecombineerd met lichamelijke activiteit en spierkrachttraining, daarom de belangrijkste voedings- en leefstijlmaatregelen.

 

 

Meer informatie over de rol van NAD⁺ bij veroudering en de status met betrekking tot onderzoek naar de effecten van suppletie met niacine, NR (nicotinamide riboside) en NMN (nicotinamide mononucleotide), zie:

 

 

Gerelateerd nieuws:

 

Overige informatie

Bronnen

Reacties

Zelf een reactie toevoegen

De velden gemarkeerd met een * zijn verplicht.