Een tekenbeet kan in sommige gevallen leiden tot een allergie voor zoogdiervlees. Ook in Nederland kan dit voorkomen en er is meer aandacht nodig voor het alfa-galsyndroom.
Een tekenbeet kan in sommige gevallen leiden tot een allergie voor zoogdiervlees. Het gaat om het alfa-galsyndroom, een allergische reactie op galactose-α-1,3-galactose, een suikermolecuul dat voorkomt in vlees en andere producten van zoogdieren. Anders dan bij veel voedselallergieën ontstaan de klachten vaak pas uren na het eten van bijvoorbeeld rundvlees, varkensvlees, lamsvlees of bepaalde soorten wild (Berends M.A. 2017).
Uit een recente Nederlandse studie blijkt dat mensen na een tekenbeet vaker antistoffen tegen alfa-gal hebben dan mensen uit de algemene bevolking. Onderzoekers vonden alfa-gal-specifiek IgE bij 10,3% van de personen met een recente tekenbeet en bij 17,9% 3 maanden later. Bij mensen met erythema migrans, de bekende rode kring na een tekenbeet, lag dit percentage rond 17% tot 19%. In de controlegroep was dat 1,9% (Gorkom T. van 2025).
Sensibilisatie betekent niet automatisch dat iemand ook echt een vleesallergie heeft. Daarvoor moeten de antistoffen samengaan met passende klachten na het eten van zoogdierproducten. Klachten kunnen bestaan uit galbulten, jeuk, zwelling, buikpijn, diarree, misselijkheid, benauwdheid of anafylaxie. In een Europees cohort met patiënten met alfa-galsyndroom kreeg vrijwel iedereen klachten meer dan 2 uur na vleesconsumptie; 90% had urticaria en 74% had maagdarmklachten (Kiewiet M.B. 2020).
De relatie met teken is biologisch aannemelijk. In Europees onderzoek is alfa-gal aangetoond in het maagdarmkanaal van Ixodes ricinus, de schapenteek (Hamsten C. 2013). Deze teek komt ook in Nederland veel voor. Daardoor is het belangrijk dat zorgprofessionals bij vertraagde allergische klachten na vleesconsumptie ook aan alpha-galsyndroom denken.
In de Verenigde Staten is de aandoening al duidelijker in beeld. Daar wordt alfa-galsyndroom vooral gekoppeld aan de lone star-teek, Amblyomma americanum. Een analyse van Amerikaanse testgegevens liet zien dat tussen 2017 en 2022 ruim 90.000 personen positief testten op alfa-gal-specifiek IgE. De auteurs schatten dat sinds 2010 mogelijk 96.000 tot 450.000 mensen in de VS door alfa-galsyndroom zijn getroffen (Thompson J.M. 2023). Tegelijk bleek uit een Amerikaanse enquête dat 42% van de zorgverleners nog nooit van het syndroom had gehoord (Carpenter A. 2023).
Recente publicaties laten zien dat het ziektebeeld breder kan zijn dan alleen een klassieke vleesallergie. Sommige patiënten hebben vooral maagdarmklachten, zonder duidelijke huidreacties (Busing J.D. 2023). Omdat alfa-gal voorkomt in producten van zoogdieren, kunnen sommige patiënten ook reageren op gelatine (bijvoorbeeld in voedingsmiddelen, capsules of medische producten) en op melk of andere zuivelproducten. Dat geldt niet voor iedereen: veel patiënten verdragen zuivel wel, terwijl gelatine en vooral zoogdiervlees vaker als risicobron worden genoemd. Ook zijn reacties beschreven op geneesmiddelen of medische producten die alfa-gal kunnen bevatten, zoals cetuximab of bepaalde producten van dierlijke oorsprong (Shishido A.A. 2025, Platts-Mills T.A. 2026).
Voor consumenten betekent dit niet dat iedereen na een tekenbeet zoogdiervlees moet mijden. Wel is alertheid nodig bij terugkerende klachten enkele uren na het eten van rund-, varkens-, lamsvlees, wild of andere zoogdierproducten, zeker na eerdere tekenbeten. Voor zorgprofessionals is alfa-galsyndroom een relevante differentiaaldiagnose bij vertraagde allergische reacties, nachtelijke urticaria, onverklaarde anafylaxie of terugkerende maagdarmklachten na vleesconsumptie.
Preventie blijft belangrijk: voorkom tekenbeten door bedekkende kleding te dragen in hoog gras of struikgewas, controleer het lichaam na verblijf in het groen en verwijder een teek zo snel mogelijk.
Bekijk bij welke medicijnen het alfa-galsyndroom allergische reacties kan geven, zie:
Gerelateerd nieuws: