- Iemand van haver tot gort kennen.
Iemand door en door kennen.
- Gortdroog.
Vervelend.
- Iets van haver tot gort vertellen.
Tot in de kleinste details vertellen.
- Goede reis is beter dan slechte gort.
Woordspelletje (reis = rijst en reis).
- Hij heeft het in de gort gejaagd.
Hij heeft het laten mislukken.
- Iets in de gort gooien. / Het lelijk door de gort roeren.
Het erg bont maken.
- Nou maak je het te gortig.
Nu ga je te ver.
- Aan gort slaan.
Stukslaan.
- Jan Gort.
Een kookliefhebber.
- Daar is een kop gort bij nodig, om dat uit te tellen.
Dat is moeilijk na te gaan, in hoeverre dat nog familie is.
- Zij heeft gort gegeten.
Zij is zwanger.
- De gort is gaar.
Nu is er ruzie.
- Dat is een gortenteller.
Hij is gierig.
- Iemand over de gortzak leggen.
Iemand afslaan / een pak slaag geven.
- Hij heeft van de gerstenbroden niet gegeten.
Hij is dom.
- Groeien als rijpe gerst in de oogst.
Spreekwoordelijke vergelijking. Niet groeien (rijpe gerst groeit niet meer).
- De drieëndertigste van de gerstmaand.
De drieëndertigste september. Nooit.
- Als het de eerste van de gerstmaand regent, dan wordt de turf niet droog, al hang je hem aan de torenspits.
Weersvoorspelling (gerstmaand is september).
Kent u er nog meer, laat het ons dan weten of plaats hieronder direct uw reactie zodat uw aanvulling direct op de site zichtbaar is.
Bekijk het e-book Spreek je uit met voeding.