Een ileostoma of jejunostoma kan leiden tot aanzienlijke natriumverliezen. Lees meer over de rol van natriumsuppletie bij deze stomata in de dunne darm.
Door een inflammatoire darmziekte (zoals colitis ulcerosa of de ziekte van Crohn) of een coloncarcinoom kan het nodig zijn een stuk darm te verwijderen waarbij het soms nodig is een stoma (kunstmatige uitgang) aan te leggen.
Ileostoma
Bij een stoma in het ileum gaat de reabsorptie van natrium en vocht in het colon verloren. Het intacte colon absorbeert per 24 uur gemiddeld 1 l vocht en 100 mmol NaCl (circa 6 g NaCl). De dunne darm kan een deel van deze functie compenseren maar de natriumbehoefte (en vochtbehoefte) van patiënten met een ileostoma blijft verhoogd.
Jejunostoma
Bij een stoma in het jejunum ontbreekt naast het colon ook het ileum en veelal ook nog een deel van jejunum. Patiënten met een jejunostoma drogen snel uit doordat zij vaak meer natrium en vocht via het maagdarmkanaal verliezen dan dat zij enteraal opnemen.
Lees meer over de natriumverliezen die kunnen optreden bij patiënten met een ileostoma of jejunostoma en welke adviezen nodig zijn om deze natriumverliezen te compenseren: