- Alles voor zoete koek slikken.
Alles kritiekloos geloven.
- Dat is boter op zijn koek.
Daar heeft hij voordeel van.
- De koek is op.
Het plezier is weer voorbij.
- Dat is een koekje van eigen deeg.
Met de zelfde wapens bestreden worden.
- De koek sloeg in.
Het was ineens mis.
- Lieverkoekjes worden hier niet gebakken.
Tevreden zijn met wat je krijgt.
- Wie baas is, bakt koek.
Een meerdere moet men zijn zin geven.
- Dat zijn appelkoekjes.
Dat is onzin.
- Dat smaakt als Begijnenkoek.
Dat smaakt lekker.
- Alles is koek en ei.
Alles is in orde.
- Het is gemakkelijk koekjes delen uit andermans trommel.
Gemakkelijk omgaan met spullen die van een ander zijn.
- Ieder bakt zijn koek zoals hij hem eten wil.
Iedereen behartigt zijn zaken, op een manier zoals hij dat zelf wil.
- Dat is koek naar geld.
Iets wat goedkoop is, is meestal van mindere kwaliteit dan de duurdere versie.
- Als je een muis een koekje geeft, wil hij ook een glas melk.
Het is hem niet genoeg, hij wil meer.
- Dat gaat er in als gesneden koek.
Dat wordt goed geaccepteerd.
- Dat is andere koek.
Dat is veel beter dan het oorspronkelijke plan.
- Dat is lariekoek.
Dat heeft iemand verzonnen.
- Met de kermis een koek.
Loon voor een klein dienstbetoon.
- De krenten uit de koek halen.
De waardevolste zaken eruit nemen.
Kent u er nog meer, laat het ons dan weten of plaats hieronder direct uw reactie zodat uw aanvulling direct op de site zichtbaar is.
Bekijk het e-book Spreek je uit met voeding.