Spreekwoorden met water

1 augustus 2015

Hoeveel spreekwoorden en gezegden met water in de hoofdrol kent u?
VoedingOnline zette voor u de spreekwoorden en gezegden met water op een rij.

 

  • Stille wateren hebben diepe gronden.
    Stil en rustig zijn wil nog niet zeggen dat je iets niet weet. Personen van wie men weinig weet, hebben vaak veel te verbergen.
  • Het is als een druppel water op een gloeiende plaat.
    Het helpt niets.
  • Spijkers op laag water zoeken.
    Problemen zoeken die er niet zijn.
  • Dat staat als een paal boven water.
    Hier is geen twijfel mogelijk. / Dat is absoluut zeker.
  • Zij lijken als twee druppels water op elkaar.
    Erg op elkaar lijken.
  • Hij kan de zon niet in het water zien schijnen.
    Hij is jaloers.
  • Hij keek of hij water zag branden.
    Hij was zeer verbaasd.
  • De kruik gaat zo lang te water tot ze breekt.
    Vroeg of laat schade ondervinden van een verkeerde handelswijze.
  • Iemand een steek onder water geven.
    Een spottende opmerking die niet door iedereen wordt begrepen.
  • Zo vlug als water.
    Heel beweeglijk en snel. / Hij is erg bijdehand.
  • Water bij de wijn doen.
    Een compromis sluiten.
  • Dat is water en melk.
    Dat is eten zonder smaak.
  • Dat is water en wind.
    Dat is eten zonder voedingsstoffen.
  • Hij zit op water en brood.
    Hij is in de gevangenis.
  • Werp uw brood uit op water.
    Ook al worden uw giften niet altijd 100% goed besteed, blijf geven.
  • Boontjes uit water eten.
    Een eenvoudige maaltijd.
  • Met water kan niets lekker gemaakt worden en met suiker kun je niets bederven.
    Om iets te verbeteren moet je de juiste middelen weten te gebruiken.
  • Het is kwaad brij maken van water alleen.
    Zonder de nodige hulpmiddelen kun je niets beginnen.
  • Niet te veel koud water drinken, dan krijg je bloemen op je buik.
    Waarschuwing aan kinderen als zij 's winters te veel koud water drinken.
  • Boven zijn theewater zijn.
    Opgewonden/boos zijn.
  • Hij is boven zijn kaneelwater.
    Hij heeft teveel gedronken.
  • Hij loopt van gist tot kaneelwater.
    Van het kastje naar de muur gestuurd worden.
  • Hij is een lulletje rozenwater.
    Hij is een saai en braaf persoon.
  • Water en vuur zijn.
    Tegengesteld, elkaar niet kunnen verdragen.
  • Vuur in de ene hand dragen en water in de andere.
    Op het oog heel eerlijk en vroom zijn, maar in het echt een verdorven persoon zijn.
  • Hoogmoed en vrede is water en vuur.
    Verwaandheid en aardigheid gaan niet samen.
  • Hij is onder water.
    Hij is aan het stappen.
  • Hij is weer boven water gekomen.
    Hij is de problemen te boven gekomen. / Hij is weer tevoorschijn gekomen.
  • Boven water komen.
    Dat wordt bekend.
  • Het lek is weer boven water.
    De moeilijkheden zijn overwonnen.
  • Het water komt mij tot de lippen.
    Ik heb veel (financiŽle) problemen.
  • Het hoofd boven water houden.
    (Financieel) overleven.
  • Als het water iemand in de mond loopt, leert hij eerst zwemmen.
    In nood leert men zich in te spannen en te behelpen.
  • Het water loopt hem in de mond.
    Hij heeft er veel trek in.
  • Het aan zijn water voelen.
    Een sterk voorgevoel hebben.
  • Ik krijg daar een water-gevoel van.
    Een voorgevoel ervaren.
  • Je als een vis in het water voelen.
    Het naar je zin hebben.
  • Zo gezond zijn als een vis in het water.
    Volkomen gezond zijn.
  • Veel beekjes maken een groot water.
    Veel kleine dingen samen, kunnen tot iets groot leiden.
  • Daar komen de waterlanders.
    Daar komen de tranen.
  • Hij laat het water over de dijk lopen.
    Hij bedwingt zijn tranen niet langer.
  • Die het water deert, die het water keert.
    Degenen die aan de dijk liggen, moeten hem ook onderhouden.
  • Waar de dam het laagst is, loopt het water het eerst over.
    De zwaksten zullen de strijd het eerst moeten opgeven.
  • Gods water over Gods akker laten lopen.
    Zorgeloos zijn.
  • God laat het water wel aan, maar niet over de lippen komen.
    Je kunt op God vertrouwen, als je zelf ook je best doet.
  • Geen water is hem te diep.
    Hij durft alles te ondernemen.
  • Wie niet in het water springt, wordt niet nat.
    Wie niets waagt, loopt geen gevaar.
  • Het is water naar de zee dragen.
    Het is onzinnig werk.
  • Geld verdienen als water.
    Erg veel geld verdienen.
  • Water loopt altijd naar zee.
    Rijke mensen krijgen altijd nog meer geld.
  • De zee is altijd zonder water.
    Rijke mensen hebben nooit genoeg; ze klagen altijd dat ze zo weinig overhouden.
  • Hij is zo rijk als het water diep is.
    Hij is bijzonder rijk.
  • Dat wast al het water van de zee niet af.
    Dat is een daad die niet te herstellen is.
  • Een rare Waterchinees.
    Een vreemd persoon.
  • Hij is zo vals als het schuim op het water.
    Hij is heel erg gemeen.
  • Hij spaart het water.
    Hij wast zich zelden.
  • In troebel water is het goed vissen.
    In onduidelijke situaties valt vaak veel voordeel te halen.
  • `t Feest is in het water gevallen.
    Letterlijk: door regen mislukt. Figuurlijk: door een andere oorzaak mislukt.
  • Dat is geld in het water smijten / gooien.
    Dat is geld aan iets dwaas uitgeven.
  • Er zal nog heel wat water door de Rijn lopen, eer dat gebeurt.
    Het zal nog lang duren.
  • Veel spraakwater hebben.
    Graag aan het woord zijn.
  • Hij heeft spraakwater ingenomen.
    Hij heeft teveel gedronken.
  • Een storm in een glas water.
    Ruzie of onenigheid om niets.
  • In iemands vaarwater zitten.
    Iemand hinderen of beconcurreren.
  • Kom niet in mijn vaarwater.
    Blijf me uit de weg.
  • In iemands kielwater varen.
    Iemand volgen.
  • Blijf uit zijn kielwater.
    Blijf uit zijn buurt, want hij deugt niet.
  • Dat haalt er geen handwater bij.
    Dat is helemaal niet zo goed. / Dat kun je niet met elkaar vergelijken.
  • Water wordt nooit bloed.
    Het verschil in de relatie tussen familie en aangetrouwde familie.
  • Bij hem kookt het water ook bij 100 graden.
    Hij is ook maar een normaal mens.
  • Hij is bang zich aan koud water te branden.
    Hij is te voorzichtig.
  • Als je in water poept zal het naar boven komen drijven.
    Alles wat je stiekem doet, komt toch een keer uit.
  • Van geluk te water lopen.
    Heel veel geluk hebben.
  • Als een boer niet kan zwemmen ligt het aan het water.
    Hij heeft altijd wel een verklaring waarom hem iets niet lukt.
  • Als de koeien op het ijs dansen en het warm water regent.
    Nooit.
  • Heel wat water vuil gemaakt hebben.
    Na veel moeite de zaak toch geklaard hebben.
  • Veel water vuil maken om niets.
    Onnodige drukte maken.
  • Maak daar geen water om vuil.
    Verspil daar je energie niet aan.
  • Vuil water blust ook vuur / brand.
    In moeilijke tijden kan je geen hoge eisen stellen.
  • Schoon water is heel goed gedronken, het kost niets en maakt niet dronken.
    Letterlijke betekenis.
  • Avondrood, mooi weer aan boot. Morgenrood, water in de sloot.
    Oude boerenwijsheid. Als 's avonds de ondergaande zon de hemel rood kleurt, dan is het de volgende morgen mooi weer. Als vroeg in de morgen de lucht rood is, gaat het regenen.
  • Een kring om de maan, zal in water en wind vergaan. Een kring om de zon, brengt water in de ton.
    Als je een kring om de zon ziet, zal het flink gaan regenen.
  • Als de Hollander met zand begint te gooien, begint de Belg met water te gooien.
    Weerspreuk. Als in het voorjaar de wind uit het oosten komt en droge zand in de richting van BelgiŽ stuurt, gebeurt het vaak dat de wind weldra omslaat en men regen uit het zuidwesten ontvangt.
  • Met stoom en kokend water.
    Iets heel snel uitvoeren.
  • Hij heeft hoog water.
    Hij moet naar het toilet.
  • Hij loopt met hoog water. / Hoog water in de kelder.
    Zijn broekspijpen zijn tekort.
  • Zij hoeft geen handen in koud water te steken.
    Zij wordt bijzonder vertroeteld.
  • Iemand van het zuiverste water.
    Iemand die bijzonder goed is in zijn vak.
  • Uit zuivere bronnen vloeit zuiver water.
    Wie een rein geweten heeft, spreekt geen slecht woord over mensen.
  • Een onreine bron kan geen rein water geven.
    Slechte mensen verrichten geen goede daden.
  • Als er geen water meer is, kent men de waarde van de put.
    Je realiseert je pas hoe belangrijk iets is, als het er niet meer is.
  • Als het water stil staat, stinkt het. / De ploeg die arbeid blinkt, het stille water stinkt.
    Wie niets te doen heeft, vervalt tot kwaad.
  • De gestolen wateren zijn zoet.
    Wat men niet mag doen, doet men vaak juist het liefst.
  • Hij is van alle wateren gewassen.
    Hij is erg gewiekst.
  • De zotten dragen het water uit en de wijzen vangen de vis.
    Het is dom moeite voor iets te doen, waarvan alleen anderen de voordelen genieten.
  • Men kan een paard / koe / os / ezel wel in 't water trekken, maar niet dwingen te drinken.
    Iets waartoe men gedwongen wordt, doet men niet graag.
  • Waar kikkers zijn, is ook water.
    Voor een gerucht is altijd wel enige reden.
  • Het is kwaad water, zei de reiger, en hij kan niet zwemmen.
    Omdat het niet voor hem bereikbaar is, doet hij of dat hem niet interesseert.
  • Een goede waterhond ontziet geen modderige sloot.
    Als je iets graag wilt, ben je tot veel in staat.
  • Water met zwanen en eenden op hun kop dan komt er een hoop regen, reken daarop.
    Weersvoorspelling.
  • Hij lijkt op Bileams ezel, die droeg wijn, maar hij dronk water.
    Hij kan zich best wat permiteren, maar leeft heel eenvoudig.
  • Zonder water draait de molen niet.
    Men moet eten om te kunnen werken.
  • Men vindt in alle wateren geen bijl.
    Je hebt niet altijd het geluk aan je zijde.
  • Over het water wonen ook mensen.
    Gezond verstand treft men overal aan.
  • Op zulke waters vangt men zulke vissen.
    Van bepaalde mensen (in bepaalde situaties) kan men bepaalde dingen verwachten.
  • Die op het water is, moet varen.
    Als je met iets begonnen bent, moet je het ook afmaken.
  • Een kind met een waterhoofd.
    Iets dat belangrijker lijkt dan het is.
  • Hij heeft het holste water gehad.
    Het ergste van zijn ziekte heeft hij gehad.
  • Hij is met hetzelfde water voor de dokter geweest.
    Hij heeft dat ook wel eens meegemaakt.
  • Hij is verdronken, eer hij water gezien heeft.
    Hij heeft zich verbonden aan een meisje, terwijl hij nog niet eens echt volwassen is.
  • Hij zwemt tussen twee waters.
    Hij probeert van twee partijen voordeel te krijgen.
  • Je moet niet het kind met het badwater weggooien.
    Als iets fout is, moet je de bijbehorende dingen niet ook verwerpen.
  • Er in het afwaswater mogen plassen.
    Een streepje voor hebben.
  • Loop niet in het water.
    Jij bent wel erg trots op je mooie kleren.
  • Wat vrouwen weten blijft gesloten, als water in een zeef gegoten.
    Vrouwen kunnen geen geheim bewaren.
  • Aan de duivel wijwater vragen.
    Aan het verkeerde adres zijn.
  • Als je iemand in de familie hebt die wijwater kan maken, dan is je kastje gekocht.
    Als je een geestelijke in de familie hebt, lijd je geen armoede.
  • Kijken als de duivel die wijwater gedronken heeft.
    Schijnheilig kijken.
  • Rooms zijn met veel water erbij.
    Niet erg kerks zijn.
  • Geen water zo klaar of het meurt wel eens.
    Al is een huwelijk nog zo goed, er is wel eens ruzie.
  • Die kun je alleen water laten halen in een wasmand.
    Alle werk is hem te zwaar.
  • Dat is water op een ganzekop.
    Dat is vergeefse moeite.
  • Van water krijgt men een schone hals.
    Als kinderen zeuren om frisdrank. Drink maar water, water is gezond.
  • Waar het water eens gestaan heeft, komt het vaker staan.
    Bijgelegde ruzies laaien vaak weer op.
  • Water en vuur maken alles puur.
    Water en vuur zuiveren alles.
  • Water laat iets, vuur niets.
    Na wateroverlast kan er nog wel iets gered worden, vuur vernietigt alles.

 

Kent u er nog meer, laat het ons dan weten of plaats hieronder direct uw reactie zodat uw aanvulling direct op de site zichtbaar is.

 

Bekijk het e-book Spreek je uit met voeding.

 

Overige informatie

Bronnen
  • Apeldoorn C.G.L. & Riet R. van (2003). Spreekwoorden verklaard / Nederlands. Uitgeverij het Spectrum, Utrecht.
  • Laan K. ter & Heidt A.M. (2004). Nederlandse spreekwoorden, spreuken en zegswijzen. Uitgeverij het Spectrum, Utrecht.
  • Mesters G.A. (2002). Spreekwoorden Nederlands. Uitgeverij het Spectrum, Utrecht.
  • Van Dale (2000). Van Dale spreekwoordenboek. Van Dale, Utrecht.
  • Walters N. (2004). Het grote spreekwoordenboek. Rebo Productions, Lisse.

Reacties

Zelf een reactie toevoegen

De velden gemarkeerd met een * zijn verplicht.