Vitamine-/mineralensupplementen onschadelijk?

18 oktober 2011

Lees de discussies naar aanleiding van het artikel Dietary supplements and mortality rate in older women.

 

Supplementgebruik en mortaliteit
Vorige week is het artikel Dietary supplements and mortality rate in older women verschenen in de Archives of Internal Medicine. In dit onderzoek is het effect van supplementen met vitamines en mineralen onderzocht op de mortaliteit van vrouwen boven de 55 jaar (n=38.772) die 18 jaar werden gevolgd.

De vrouwen waren in 1986 gemiddeld 61,6 jaar. Op 3 verschillende momenten (in 1986, 1997 en 2004) werd het gebruik van supplementen nagevraagd. In de studieperiode overleed 40,2% van de vrouwen. In 2004 was de gemiddelde leeftijd 82,3 jaar.

Het relatieve mortaliteitsrisico bij gebruik van supplementen (gemeten over de gehele studieperiode en gecorrigeerd voor diverse factoren) was verhoogd bij multivitaminen (1,06), vitamine B6 (1,10), foliumzuur (1,15), ijzer (1,10), magnesium (1,08), zink (1,08) en koper (1,45). Bij gebruik van een calciumsupplement was de mortaliteit verlaagd (0,91).

 

Reacties op deze studie
Dit artikel heeft geleid tot diverse artikelen in kranten en tijdschriften, zoals Vitaminepillen kunnen dood oudere vrouwen versnellen in Trouw en Dood door multivitaminen in Medisch Contact.

Naar aanleiding deze negatieve publiciteit voor supplementen hebben het Ortho Instituut en het Vitamine Informatie bureau een reactie gegeven op hun site omdat zij deze koppen van de reacties niet juist vonden en commentaar hadden op de studie-opzet.

Wilt u zelf een mening vormen over dit artikel, lees dan het volledige artikel Dietary supplements and mortality rate in older women.

 

Meer informatie
Ook al zijn terecht diverse opmerkingen te plaatsen bij het onderzoeksopzet van Mursu J. 2011, toch geeft dit onderzoek ook belangrijke informatie.

Bij aanvang van de studie gebruikte 66% van de vrouwen ten minste 1 supplement en 16% 4 of meer supplementen. In 2004 was dit verhoogd naar respectievelijk 85% en 27%. Hierdoor neemt de kans op te hoge innames toe.

In het supplementgebruik in de Iowa studie zijn sterke verschuivingen opgetreden. In 1984 gebruikte 31,7% van de proefpersonen een multivitamine-/mineralen-supplement en in 2004 62,5%. Andere sterke stijgers waren calcium (van 46,2% naar 60,4%), vitamine E (13,5% naar 31,9%), vitamine B6 (van 2,9% naar 7,7%), foliumzuur (1,2% naar 6,9%) en β-caroteen (van 0,9% naar 2,5%). Deze gegevens blijken uit een eerdere publicatie (Park K. 2009).

Onduidelijk is of het optreden van een ziektebeeld (of medicijngebruik) heeft geleid tot veranderingen in het supplementgebruik. Ook veranderingen in het voedingspatroon zijn niet meegenomen. Deze veranderingen kunnen eveneens van invloed zijn geweest op de mortaliteit.

In Amerika levert niet alleen de voeding van nature vitamines en mineralen, maar ook de verrijking van voedingsmiddelen draagt sterk bij aan de totale vitamine- en mineraleninname. Meer informatie hierover is te vinden in het onderzoek van Fulgoni V.L. 2011.

Voedingssupplementen en verrijkte voedingsmiddelen kunnen een positieve bijdrage leveren aan de totale vitamine- en mineraleninname.

In Nederland (en Europa) is de bijdrage van verrijkte voeding aan de totale vitamine- en mineraleninname nog niet zo hoog als in Amerika (Flynn A. 2009, Rossum C.T.M. van 2011). Ook het supplementgebruik in Nederland is minder hoog, maar neemt wel toe (Ocké M.C. 2005, Rossum C.T.M. van 2011).

Het is belangrijk dat er meer onderzoek plaatsvindt naar de mogelijk negatieve effecten van te hoge innames. Het principe ‘hoe meer, hoe beter’ gaat zeker voor vitamines en mineralen niet altijd op.

 

Overige informatie

Bronnen

Reacties

Zelf een reactie toevoegen

De velden gemarkeerd met een * zijn verplicht.