Het meten van de buikomvang kan huisartsen helpen om patiënten met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten op te sporen. Toch gebeurt deze eenvoudige meting in de Nederlandse huisartsenpraktijk nog maar weinig.
Uit Nederlands onderzoek blijkt dat huisartsen de buikomvang nog maar zelden meten. Daarmee kunnen patiënten met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten worden gemist.
Richtlijn: BMI alleen is niet voldoende
De richtlijn Overgewicht en obesitas bij volwassenen en kinderen benadrukt dat de gezondheidsrisico's niet alleen door het lichaamsgewicht worden bepaald, maar ook door de vetverdeling. Vooral visceraal vet in de buikholte hangt samen met cardiometabole gezondheidsproblemen. Daarom is de buikomvang naast de BMI (body mass index) van groot belang bij het bepalen van het gezondheidsrisico.
In de module over uitkomstmaten gaat de richtlijn nog een stap verder: meet de buikomvang bij alle volwassenen met een BMI ≥ 25 kg/m2. De richtlijn stelt dat BMI vooral een screeningsmaat is en dat de combinatie van BMI en buikomvang meer informatie geeft voor de klinische beoordeling van obesitasgerelateerde en cardiometabole complicaties.
Meting juist steeds minder uitgevoerd
De dagelijkse praktijk staat hiermee in schril contrast. Onderzoekers van het LUMC analyseerden gegevens van 676.708 volwassenen uit Nederlandse huisartsenpraktijken. Slechts 6,7% had ooit een geregistreerde buikomvang. Bovendien daalde het aantal registraties van 47 per 1.000 persoonsjaren in 2012 naar slechts 3 per 1.000 persoonsjaren in 2023.
Huisartsen noemen verschillende redenen om niet te meten: het ontbreken van een meetlint, onzekerheid over de juiste meetmethode, ongemak bij het meten en de gedachte dat de uitslag weinig consequenties heeft voor het verdere beleid.
Verhoogd risico ondanks BMI onder 30
Juist bij mensen met overgewicht kan de buikomvang aanvullende informatie opleveren. Van de deelnemers met een BMI < 30 kg/m2 én een verhoogde buikomvang had 43% een matig verhoogd of hoog voorspeld cardiovasculair risico. Deze patiënten kunnen worden gemist als vooral naar de BMI wordt gekeken.
Als een verhoogde buikomvang als aanleiding voor verdere cardiovasculaire risicobeoordeling werd gebruikt, werd 89% van de mensen met een matig verhoogd risico en 93% van de mensen met een hoog risico geïdentificeerd.
Meetlint standaard in de spreekkamer
De resultaten onderstrepen daarmee niet alleen de mogelijke waarde van de buikomvang voor cardiovasculaire screening, maar laten ook een duidelijke kloof zien tussen richtlijn en praktijk. De obesitasrichtlijn adviseert de buikomvang al bij volwassenen met overgewicht te meten, terwijl dit in de huisartsenpraktijk nog nauwelijks wordt geregistreerd.
De meting is eenvoudig, goedkoop en niet-invasief. Een meetlint standaard binnen handbereik in de spreekkamer kan daarom een kleine praktische stap zijn waarmee patiënten met een verhoogd cardiometabool risico eerder worden herkend.
Lees meer over het meten van de buikomvang en de interpretatie ervan, zie:
Gerelateerd nieuws:
| Bronnen |
|