Herstelzorg COVID-19: maximaal 7 uur diŽtetiek

13 juli 2020

Zorginstituut Nederland adviseert de inzet van paramedische zorg in de eerste lijn tijdelijk en onder voorwaarden te verruimen en via de basisverzekering te vergoeden voor mensen die zwaar getroffen zijn door COVID-19. Dit is inmiddels ingevoerd.

 

De vergoeding voor deze zorg uit de basisverzekering is nu beperkt, terwijl de gevolgen van de ziekte voor patiŽnten en de maatschappij groot zijn.

Adviezen van het Zorginstituut worden vaak overgenomen, maar minister Van Ark moet nog wel een besluit nemen. Haar voorganger Van Rijn had het Zorginstituut gevraagd om een voorstel te doen voor een ruimere vergoeding van de herstelzorg.

 

Voor patiŽnten met ernstige klachten en beperkingen

De uitbreiding van de vergoeding geldt alleen voor COVID-19-patiŽnten met ernstige klachten en beperkingen die het gevolg zijn van de ziekte. Dit zijn mensen die op de intensive care, op corona-afdelingen in het ziekenhuis of thuis ernstig ziek zijn geweest. Een aantal van hen houdt langdurig last van ernstige lichamelijke en cognitieve klachten. Klachten zijn onder andere kortademigheid, conditieverlies, verzwakte spieren en problemen met het geheugen. Hierdoor hebben zij moeite met dagelijkse activiteiten en verloopt hun herstel moeizaam. Vaak hebben deze patiŽnten 'herstelzorg' nodig. Paramedische zorg kan een belangrijke rol spelen in deze herstelzorg en bestaat meestal uit monodisciplinaire of gecombineerde inzet van een fysio- of oefentherapeut, diŽtist, ergotherapeut of logopedist.

 

Regierol voor huisarts

Tussen de COVID-19-patiŽntengroepen zijn grote verschillen in het verloop en herstel van de ziekte en er is nog geen bewijs of paramedische zorg voor iedere patiŽnt effectief is. Daarom is het niet goed mogelijk om vooraf aan te geven welke herstelzorg in welke omvang voor welke patiŽnten het best passend is. De medisch specialist of huisarts bepaalt bij het begin van de behandeling welke en hoeveel paramedische zorg iemand nodig heeft. Daarna evalueert de huisarts regelmatig de ingezette zorg op basis van rapportages van de behandelende paramedici.

 

Tijdelijke vergoeding met coŲrdinatie en onderzoek

De vergoeding voor de paramedische herstelzorg na ernstige COVID-19-infectie geldt voor maximaal 6 maanden vanaf de indicatiestelling en verwijzing door medisch specialist of huisarts. De verwachting is dat de behoefte aan zorg tussen patiŽnten kan variŽren van enkele ondersteunende behandelsessies tot een behandelprogramma van enkele maanden. Gebruik van e-healthapplicaties en video-instructies wordt aanbevolen.

De vergoeding vanuit de basisverzekering is voor maximaal 50 behandelsessies door een fysio- of oefentherapeut, 8 behandeluren voor ergotherapie en 7 behandeluren voor diŽtetiek binnen maximaal 6 maanden. Halverwege, dus na ongeveer 3 maanden, beoordeelt de huisarts op basis van rapportages van de paramedici of de zorg voortgezet moet worden. Na 6 maanden kan bij uitzondering en op indicatie van een medisch specialist een 2e behandelperiode van maximaal 6 maanden ingaan. Daarvoor wordt gekozen als zich blijvende schade aan longen of bewegingsstelsel blijkt voor te doen, waarvoor behandeling door een paramedicus zinvol wordt geacht. Tijdens de hele behandelperiode worden regelmatig gegevens van de patiŽnt verzameld voor onderzoek. Dit zijn onder meer gegevens over de ingezette behandelingen, de vorderingen van het herstel en diverse gezondheidsuitkomsten, zoals een wandeltest, een meting van spierkracht en een vragenlijst over fysieke beperkingen.

 

Kosten voor het eerste jaar: 27,7 miljoen euro

Het Zorginstituut schat de totale kosten op 27,7 miljoen euro voor de eerste 12 maanden vanaf het begin van de uitbraak van COVID-19 in Nederland. Dit bedrag is berekend op basis van naar schatting ongeveer 16.000 patiŽnten die ernstige COVID-19 hebben doorgemaakt en daarna in aanmerking komen voor eerstelijns paramedische herstelzorg. Het gaat om een geschat gemiddeld aantal behandeluren van 24 (overeenkomend met 30 behandelingen fysio- of oefentherapie, 5 behandeluren ergotherapie en 4 behandeluren diŽtetiek). Bij de berekening is geen rekening gehouden met een eventuele 2e golf van COVID-19.

Bron: Zorginstituut Nederland

 

De minister van Ark heeft inmiddels besloten het advies over te nemen. De Tweede kamer is hierover geÔnformeerd op 16 juli 2020.

 

De regeling is in de Staatscourant gepubliceerd en treedt op 18 juli 2020 in werking.

 

Reacties

Zelf een reactie toevoegen

De velden gemarkeerd met een * zijn verplicht.