Inhoudsopgave

Alles over Thiamine

8 februari 2018


5.4.1 Thiaminegevoelige aangeboren stofwisselingsziekten

Er zijn 4 aangeboren stofwisselingsziekten bekend waarbij thiamine een gunstig effect kan hebben.

 

  1. Thiaminegevoelige maple syrup urine disease (MSUD)
    MSUD is een ziekte waarbij de decarboxylatie van de vertakte-keten-α-ketozuren niet goed verloopt waardoor deze vertakte-keten-α-ketozuren zich ophopen en via de urine worden uitgescheiden. Een klein deel van de patiŽnten met MSUD is thiaminegevoelig (Scriver C.R. 1971, Duran M. 1978, Elsas L.J. 1982, Fernhoff P.M. 1985, Thurnham D.I. 2000). Bij deze patiŽnten bestaat een verminderde affiniteit voor thiaminedifosfaat van het enzym vertakte-keten-α-ketozurendehydrogenase (zie vertakte-keten-α-ketozurendehydrogenase) (Chuang D.T. 1982). Om toch een goede afbraak van de vertakte-keten-aminozuren te krijgen, zijn farmacologische hoeveelheden thiamine nodig.

    Thiaminehoeveelheden die bij thiaminegevoelige MSUD worden gebruikt variŽren van 10-1.000 mg thiamine per dag. De thiaminesuppletie is voldoende om de bloedwaarden weer te normaliseren en deze patiŽnten behoeven geen dieet te gebruiken dat beperkt is in vertakte-keten-aminozuren (BCAA) (Chuang D.T. 2006).
     
     
  2. Thiaminegevoelige lactacidemie
    Bij deze ziekte bestaat een verminderde affiniteit voor thiaminedifosfaat van het enzym pyruvaatdehydrogenase (zie pyruvaatdehydrogenase) (Naito E. 1994). Als pyruvaat niet kan worden omgezet, wordt een deel van het opgehoopte pyruvaat omgezet in lactaat. Hierdoor ontstaat lactacidemie en kan hersenschade ontstaan.

    Farmacologische hoeveelheden thiamine (tot 2.400 mg thiamine/dag) zijn nodig om toch een goede omzetting te krijgen van pyruvaat (Duran M. 1985, Naito E. 1998, Naito E. 2002). Op geleide van het lactaat- en pyruvaatgehalte, kan de thiaminedosis worden bepaald (Toyoshima M. 2005).
     
     
  3. Thiaminegevoelige megaloblastaire anemie
    Thiaminegevoelige megaloblastaire anemie (TRMA) wordt gekenmerkt door megaloblastaire anemie, insuline-afhankelijke diabetes mellitus en gehoorverlies (Mandel H. 1984, Rindi G. 1994, Olsen B.S. 2007). Daarnaast kunnen bij deze patiŽnten ook oogproblemen (atrofie van de oogzenuw en retinale dystrofie) en cardiale problemen ontstaan (Meire F.M. 2000, Lorber A. 2003). Bij TRMA is de actieve thiamine-opname via de thiaminetransporter ThR-1 (gecodeerd via SLC19A2 gen) in de cellen gestoord waardoor farmacologische thiaminehoeveelheden nodig zijn (Labay V. 1999, Fleming J.C. 1999, Diaz G.A. 1999, Neufeld E.J. 2001, Ozdemir M.A. 2002, Said H.M. 2011, EFSA 2016 - Thiamin).

    Thiaminesuppletie (25-200 mg/dag ofwel 1-4 mg/kg lichaamsgewicht/dag) leidt tot genezing van de megaloblastaire anemie en het stoppen van insulinetherapie bij een groot deel van de patiŽnten (Ortigoza-Escobar J.D. 2016). Het gehoorverlies blijft echter wel bestaan (Olsen B.S. 2007). Uit lange-termijn studies blijkt dat vaak tijdens de puberteit weer insulinetherapie moet worden ingesteld (Valerio G. 1998, Ricketts C.J. 2006). In deze studies zijn lagere thiaminehoeveelheden (25 mg/dag) gebruikt (Ricketts C.J. 2006). Deze hoeveelheden zijn mogelijk te laag en daarnaast zijn mogelijk tijdens de puberteit hogere thiaminehoeveelheden nodig.
     
     
  4. Thiaminegevoelige subacute necrotiserende encefalomyopathie (ziekte van Leigh)
    Deze subacute encefalomyopathie leidt tot sufheid, spasticiteit, hypoventilatie, slaapapnoe, ataxie, hypotonie, doofheid, convulsies, psychomotore retardatie en blindheid (Adickes E.D. 1986, Raghavendra H.V. 2007).

    De ziekte van Leigh kan ontstaan door een verstoring in de thiaminetransporter ThR-2 (gecodeerd via SLC19A3 gen) (Kono S. 2009, Ortigoza-Escobar J.D. 2014) of door een verstoring van de mitochondriale TDP transporter (gecodeerd via SLC25A19 gen) (EFSA 2016 - Thiamin) of een tekort in thiaminepyrofosfokinase (TPK) (TPK mutatie) waardoor minder thiamine in thiaminedifosfaat wordt omgezet (Banka S. 2014). Hierdoor ontstaat een ernstige deficiŽntie van de mitochondriale ATP-productie (adenosine trifosfaat) (Dahl H.H.M. 1998).

    Bij patiŽnten met de ziekte van Leigh kunnen verschillende enzymdefecten in de mitochondriale ademhalingsketen voorkomen. Enzymdefecten die kunnen optreden zijn: NADH-dehydrogenasedeficiŽntie (complex I), succinaat-CoQ-reductasedeficiŽntie (complex II), cytochroom-c-oxidasedeficiŽntie (complex IV), ATP-synthasedeficiŽntie (complex V), pyruvaatdehydrogenasedeficiŽntie en pyruvaatdecarboxylasedeficiŽntie (Dahl H.H.M. 1998, Raghavendra H.V. 2007).

    Bij een SLC19A3-gendefect is 10-40 mg vrij thiamine/kg lichaamsgewicht/dag zinvol (Ortigoza-Escobar J.D. 2016, Ortigoza-Escobar J.D. 2016 - free-thiamine).

    Bij een SLC25A19-gendefect is thiaminesuppletie niet zinvol (Ortigoza-Escobar J.D. 2016).

    Bij een TPK1-mutatie is 30 mg thiamine/kg lichaamsgewicht/dag zinvol (Ortigoza-Escobar J.D. 2016).

    Als een pyruvaatdehydrogenase- en/of een pyruvaatdecarboxylasedeficiŽntie optreedt, kan lactacidemie optreden.

    Bij een pyruvaatdehydrogenasedeficiŽntie (door een verminderde affiniteit van het enzym pyruvaatdehydrogenase voor thiaminedifosfaat) kan thiaminesuppletie zinvol zijn om de lactacidemie te verminderen (zie thiaminegevoelige lactacidemie) (Naito E. 1997, Di Rocco M. 2000).

 

Bronnen


Reacties tonen.