Inhoudsopgave

Alles over Thiamine

8 februari 2018


5.3.26 Transplantatie

Bij transplantatiepatiŽnten zijn thiaminedeficiŽnties beschreven (Cohen J. 1997, Gennery A.R. 1998, Klooster A. 2007, Nannya Y. 2014).

Bij patiŽnten met een lever-, nier- of harttransplantatie bestaat vaak al een thiaminedeficiŽntie of een suboptimale thiaminestatus voor de transplantatie (zie leverziekten, nierziekten en hartfalen).

Daarnaast is de voedselinname vlak voor en na de operatie veelal onvoldoende waardoor de thiamine-inname beperkt is en de thiaminevoorraden verder uitgeput raken (Heaf J. 2004).

Na een transplantatie komt het transplantatie-orgaan vaak vertraagd op gang. Dit leidt tot een langere ziekenhuisopname en meer kans op een uiteindelijke afstoting van het getransplanteerde orgaan (Klooster A. 2007).

Het transplantatie-orgaan van een overleden donor bevat vaak weinig thiamine omdat deze gedurende enige tijd wordt bewaard in een waterige oplossing waardoor verlies van wateroplosbare vitamines (en dus ook thiamine) uit het transplantatie-orgaan optreedt (Klooster A. 2007). Aangezien ook de patiŽnt vaak een lage thiaminestatus heeft, wordt door een aantal onderzoekers gesuggereerd dat thiaminesuppletie kan leiden tot het sneller op gang komen van het getransplanteerde orgaan (Gennery A.R. 1998, Klooster A. 2007).

Een transplantatie-orgaan afkomstig van een levende donor wordt veelal direct getransplanteerd waardoor het thiamineverlies uit het transplantatie-orgaan veel minder zal zijn.

 

Bronnen


Reacties tonen.