Inhoudsopgave

Alles over Thiamine

8 februari 2018


5.3.10 Refeeding syndroom

Bij ondervoede personen is bij het starten met adequate voeding (met onder andere koolhydraten) meer behoefte aan thiaminedifosfaat om het koolhydraatmetabolisme weer optimaal te laten verlopen. Het thiaminegehalte daalt door hervoeden (refeeding) nog verder waardoor het risico op een thiaminedeficiŽntie en op het ontwikkelen van neurologische stoornissen (Wernicke-Korsakov-syndroom) of cardiale decompensatie (ten gevolge van beriberi) toeneemt (Baars A. 2002, Stanga Z. 2008, Lambers W.M. 2015) (zie figuur 20).

Figuur 20: Het ontstaan van het refeeding syndroom (Stanga Z. 2008)

Het ontstaan van het refeeding syndroom

 

Ter preventie van een thiaminedeficiŽntie ten gevolge van het refeeding syndroom is thiaminesuppletie belangrijk (Erstad B.L. 1995, Strack van Schijndel R.J.M. 2000, Crook M.A. 2001, Manzanares W. 2011, Winston A.P. 2012, Walmsley R.S. 2013, Maiorana A. 2014, Hershkowitz E. 2014, Kraaijenbrink B.V. 2016).

Er wordt geadviseerd om minimaal 30 minuten voor het herstarten met voeding 100-300 mg thiamine te suppleren (oraal, enteraal, intramusculair of intraveneus) en vervolgens op dag 1 t/m 3 100-300 mg thiamine per dag en op dag 4 t/m 10 100 mg thiamine per dag. Bij twijfel over de enterale absorptie wordt geadviseerd de suppletie intraveneus te geven (Stanga Z. 2008, Mehanna H. 2009, Sriram K. 2012, Lambers W.M. 2015, NVO 2016).

Voor kinderen wordt dagelijks 10-25 mg thiamine gedurende de eerste dagen geadviseerd en daarna 5-10 mg thiamine per dag gedurende 1 maand (Fuentebella J. 2009, Sriram K. 2012).

 

Bronnen


Reacties tonen.