Inhoudsopgave

Alles over Thiamine

8 februari 2018


4.4 Statusbepaling

De thiaminestatus kan worden bepaald door het meten van thiamine of zijn metabolieten in het bloed, de erytrocyten of de urine. Daarnaast zijn functionele bepalingen mogelijk.

 

Functionele bepalingen

De Gezondheidsraad gaf in 2000 aan dat de voorkeur uitgaat naar een functionele bepaling van de thiaminestatus (Gezondheidsraad 2000 - Voedingnormen).

Bij een functionele bepaling van de thiaminestatus wordt het erytrocyt transketolase (ETK) en de erytrocyt transketolase activatiecoŽfficiŽnt (ETK-AC) bepaald. Voor de bepaling van ETK-AC wordt thiaminedifosfaat (TDP) in vitro toegevoegd. De ETK-AC is het verschil tussen de gestimuleerde en de basale activiteit, uitgedrukt als percentage van de basale activiteit.

De ETK-AC is een maat voor de thiaminevoorziening op weefselniveau, welke weergeeft de mate van verzadiging van het transketolase-apo-enzym met het co-enzym TDP. Bij een biochemisch thiaminetekort is het ETK verlaagd terwijl de ETK-AC juist verhoogd is (Gezondheidsraad 2000 - Voedingsnormen).

Normaalwaarden voor de ETK-AC zijn 1,00-1,15. Waarden van 1,15-1,25 duiden op een marginaal tekort. Een waarde > 1,25 duidt op een ernstig thiaminetekort (Gezondheidsraad 2000 - Voedingsnormen, EFSA 2016 - Thiamin).

De laatste jaren is de functionele bepaling van de thiaminestatus steeds meer uit de gratie geraakt waardoor niet veel laboratoria de ETK- en de ETK-AC-bepaling meer uitvoeren.

Hiervoor bestaan de volgende redenen.

Bij een aantal patiŽntengroepen geven deze functionele bepalingen geen goed beeld. Voorbeelden hiervan zijn patiŽnten met een chronisch thiaminetekort (Schrijver J. 1991), diabetespatiŽnten (Thornalley P.J. 2007), levercirrosepatiŽnten (Fennelly J. 1967) en alcoholisten (Herve C. 1995).

Verder beÔnvloedt de leeftijd deze bepaling. Tussen de leeftijd van 18 en 90 jaar neemt het ETK met 25% af (Rooprai H.K. 1990).
De koolhydraatinname beÔnvloedt de thiaminestatus, maar de ETK-waarde verandert niet (Elmadfa I. 2001).
De functionele bepaling van de thiaminestatus is een indirecte bepaling die ook door andere variabelen kan worden beÔnvloed (Farzami B. 1989, Talwar D. 2000).

De reproduceerbaarheid van de ETK-methode is matig (complexe 'handmatige' bepaling) en beduidend slechter dan de bepaling met HPLC (high performance liquid chromatography). De reactieomstandigheden als pH zijn kritisch bij de ETK-AC bepaling.

Uit onderzoek bleek vervolgens dat de TDP-bepaling in de erytrocyten of het plasma sensitiever was en de voorkeur verdiende boven de ETK- en ETK-AC-bepaling (Warnock L.G. 1978, McLaren D.S. 1981, Baines M. 1988, Fidanza F. 1989, Gans D.A. 1991).

 

Thiaminedifosfaat in erytrocyten

De grootste hoeveelheid thiamine in het bloed bevindt zich in de erytrocyten als thiaminedifosfaat (TDP). Daarom werd in eerste instantie gedacht dat de TDP-bepaling in de erytrocyten een goede bepaling zou zijn voor de thiaminestatus omdat dit een beeld geeft van de thiaminestatus in de weefsels (Lu J. 2008). Uit onderzoek bleek echter dat het totaal thiamine in volbloed een even goed beeld geeft en eenvoudiger uit te voeren is dan TDP in de erytrocyten (Talwar D. 2000).

 

Totaal thiamine in bloed

De meest gebruikte thiaminebepaling (thiamine en thiaminefosfaatesters) is de chromatografische directe bepaling (met HPLC) van totaal thiamine in heparinebloed (Talwar D. 2000, Lynch P.L. 2000).

De normaalwaarde is 88-195 nmol/l (totaal thiamine) (Wielders J.P. 1983, Lu J. 2008).

Uit Nederlands onderzoek komen referentiewaarden van 88-157 nmol/l naar voren (Wielders J.P. 1983) en uit Amerikaans onderzoek referentiewaarden van 75-194 nmol/l (Lu J. 2008).

Publicaties geven aan dat thiamine niet in heparinebloed behoeft te worden bepaald, maar dat dit ook in EDTA-volbloed kan (EDTA = ethylenediaminetetra-acetaat) (Ihara H. 2005, Lu J. 2008). De referentiewaarden van thiamine in heparinebloed en EDTA-volbloed zijn gelijk.

Het is nu ook mogelijk om thiaminedifosfaat (TDP) te bepalen in EDTA-volbloed met vloeistofchromatografie met massaspectrometrie (LC-MS/MS) (Puts J. 2015). Deze techniek is nauwkeuriger en daarmee kunnen zeer lage concentraties beter worden vastgesteld dan met HPLC. De referentiewaarden voor TDP liggen iets lager dan van totaal thiamine (0,97) (Roelofsen-Beer de R.J.A.C. 2017). De referentiewaarden voor TDP bedragen dan 85-189 nmol/l.

De thiaminebepaling is een reguliere bepaling voor huisartsen- en ziekenhuislaboratoria. De kosten bedragen maximaal € 11,10 per bepaling (prijsniveau 2018, exclusief orderkosten) (Verheul-Koot M.A. 2019 - Labbepalingen).

 

Thiamine in urine

Het thiaminegehalte in de urine geeft een indicatie over het thiamine-overschot in de voeding boven de individuele thiaminebehoefte. Deze bepaling wordt sterk beÔnvloed door de recente thiamine-inname en is daardoor minder geschikt als parameter voor de thiaminestatus (Bailey A.L. 1994, EFSA 2016 - Thiamin).

 


 

Bronnen


Reacties tonen.